• Site 12
  • Site 15
  • Site 16
  • Site 40
  • Site 25
  • Site 26
  • Site 24
  • Site 5
  • Site 20
  • Site 37
  • Site 49
  • Site 21
  • Site 35
  • Site 36
  • Site 1
  • Site 13
  • Site 17
  • Site 47
  • Site 31
  • Site 43
  • Site 29
  • Site 46
  • Site 7
  • Site 39
  • Site 38
  • Site 48
  • Site 32
  • Site 42
  • Site 14
  • Site 8
  • Site 33
  • Site 31
  • Site 34
  • Site 23
  • Site 30
  • Site 22
  • Site 10
  • Site 11
  • Site 19
  • Site 18
  • Site 28

De buitengewone vorm
deel 1 - Onbeleefd?

TM 2Al een aantal weken is op dinsdagavond de Mis in de buitengewone vorm van de Ritus mee te vieren. Deze term ‘buitengewoon’ komt van onze Paus. Hij benadruk dat er één ritus is, die in twee vormen gecelebreerd kan worden. ‘Gewoon’, dat is wat de Novus Ordo heet, de vorm zoals we doorgaans tegenkomen. En de ‘buitengewone’ vorm, de Tridentijnse vorm volgens het Missaal van 1962. Beide vormen hebben natuurlijk heel veel gemeen, aangezien ze twee vormen zijn van éénzelfde ritus.

Een van de verschillen die meestal genoemd worden is dat de ‘priester hier met zijn rug naar het volk staat’. Eigenlijk is dit géén verschil. Het 2e Vaticaans Concilie beoogde geen grootscheepse verandering, waarbij het altaar ‘meer de kerk’ in werd geplaatst en de priester ‘achter’ het altaar kwam te staan. In het Missaal staat vaak nog de aanwijzing “gekeerd naar het volk” wat er van uitgaat dat op bepaalde momenten de priester niet gekeerd staat naar het volk. Maar dit is nu eenmaal zo gegroeid. Al moeten we niet vergeten dat de gewone vorm dus ook hele goed (zo niet beter) gelezen kan worden, zoals bij de buitengewone vorm.

Staat de priester met zijn rug naar het volk? Ja. Maar dat is niet de reden en dus ook niet de juiste benaming. De priester richt zich samen met de gelovigen naar de Heer toe. De juiste verwoording is dan ook: de priester staat naar het Oosten (ad orientem) of naar de Heer gericht (conversus Dominum). Dat is heel vanzelfsprekend. Een sergeant draait zich bij een parade ook om wanneer de koningin langskomt. Hij blijft niet zijn mannen aankijken en met zijn rug naar de vorstin staan. Nee, met de manschappen begroet hij hare majesteit. Niemand zegt dan: Kijk, hij staat met zijn rug naar de soldaten toe…

Het is een heel mooi gebaar om zo met elkaar, gelovigen én priester, ons naar Christus te richten. Tegelijk wordt ook duidelijker dat de priester als persoon -met of zonder snor- verdwijnt. Hij is daar als priester om ‘in persona Christi’ de H. Mis op te dragen.

Er is veel te ontdekken in deze buitengewone vorm van de Misritus.

Pastoor J.H. Smith